Creativiteit - Houtbewerking - Activiteiten - Ontspanning - Socialisatie

Methodiek


Gentle Teaching

Ieder kind verlangt naar companionship, maar niet iedereen ervaart dit in het dagelijks leven. Meestal komt dit door een combinatie van persoonlijke kwetsbaarheden -bijvoorbeeld autisme- en levenservaringen. Bij sommige kinderen heeft deze combinatie ertoe geleid dat ze zelfs angst ervaren in de nabijheid van anderen en elke vorm van companionship lijken af te wijzen. De diepere behoefte aan companionship is er wel, maar ze weten er niet mee om te gaan.

Het ontwikkelen van companionship is dan ook niet alleen vanuit menselijk oogpunt belangrijk - het is voor een kind natuurlijk prettiger om zich veilig en geliefd te voelen, dan om zich onveilig en niet geliefd te voelen bij anderen - maar ook uit oogpunt van goede hulpverlening. Door het ontwikkelen van companionship leggen we de basis die nodig is om het kind daadwerkelijk te kunnen helpen op het moment dat hij het moeilijk heeft en onze steun het hardst nodig heeft.

Om die reden kiest CHAOS Gennep er bij gentle teaching voor om het ontwikkelen van companionship centraal te stellen in onze begeleiding. We doen dit in eerste instantie door het ontwikkelen van een grondhouding in het werk, die gekenmerkt wordt door begrippen als: respect, veiligheid bieden, hulp bieden, onvoorwaardelijkheid, wederkerigheid, niet straffen of afzonderen. Aanvullend op deze grondhouding kunnen we kinderen die dat nodig hebben, individueel op een methodische wijze leren companionship te ervaren.

Bij gentle teaching gaat het niet om het veranderen van het kind alleen. Voor een relatie zijn twee partijen nodig: het kind en de begeleider. Als de begeleider zich niet eerst anders opstelt in het contact met het kind, kan van het kind niet verwacht worden dat hij verandert, en zal er geen goede relatie ontwikkeld kunnen worden. Van de begeleider wordt daarom nadrukkelijk verwacht dat hij zijn handelen, gedachten en gevoelens tegen het licht durft te houden en zo nodig durft te veranderen.

Methode

Een beschrijving van een methodiek is niet meer dan een werkmodel en daarmee is het per definitie een versimpeling van de werkelijkheid. Het is een model dat niet één-dimensionaal bepalend is voor het handelen van de begeleider of de ontwikkeling van het kind, maar we beschrijven een model dat gebruikt kan worden om de verschillende momenten in de wederkerige ontwikkeling van de begeleider en het kind te kunnen plaatsen en herkennen.

Doel

Het primaire doel van gentle teaching is het ontwikkelen van companionship tussen het kind en de begeleider. Companionship is de relatie die gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van de vier pijlers:
  1. zich veilig voelen
  2. zich geliefd voelen
  3. zich liefdevol kunnen uiten
  4. zich met elkaar verbonden voelen

Middelen

De middelen van gentle teaching zijn de aanwezigheid van de begeleider, het oogcontact en de gelaatsuitdrukking, de woorden en de toon, en de gebaren en aanrakingen.

Technieken

De belangrijkste technieken die binnen gentle teaching gehanteerd worden zijn betekenis verlenen, oprekken, delen en dialoog.

Proces

Gentle teaching is een leerproces voor zowel de begeleider als het kind. Het is ook een wederkerig proces. Het kind leert van de begeleider en de begeleider leert van het kind. In deze wederkerigheid groeien de begeleider en het kind in hun relatie.

In het proces worden vier dimensies onderscheiden.
Het proces begint met de situatie dat het kind zich onveilig voelt in het contact en zich terugtrekt, al dan niet gepaard gaande met problematisch gedrag. De begeleider is vaak nog gericht op het gedrag van het kind en kan gevoelens voor hem ervaren als angst, boosheid, onmacht, enz.

Proces
1ste dimensie: veilig en geliefd voelen
2de dimensie: wederkerigheid, begin verbondenheid
3de dimensie: verdieping companionship, begin sociale ontwikkeling
4de dimensie: verbreding levenskwaliteit, sociale ontwikkeling en maatschappelijke verbondenheid